Tegel algemeen.png

Sector

  • Po

Opdracht 3: Klankspel bij de film

19-7-2016


 

​Oriënteren

​Oriënteren, hoe gaat een klankspel?

De leerlingen zitten in de kring. Op de tafel liggen verschillende muziekinstrumenten, zoals een rasp, een klokkenspel, een regenmaker etc. De leerkracht brengt een eerder gespeeld klankspel in herinnering (Mannetje Timpetee in een rustige zee, in een woeste zee) en vraagt enkele leerlingen voor te doen hóe en op welk instrument ze dat hadden gespeeld. Ook herhaalt ze nog even de afspraken over tegelijk beginnen en eindigen. Het klankspel wordt nog eens in zijn geheel uitgevoerd.


 

Onderzoeken

​Onderzoeken, experimenteren en componeren met instrumenten en dirigeren

Het eerste groepje gaat in de lerarenkamer aan de slag. De leerkracht herhaalt nog een keer de instructie, verdeelt de rollen (tijdbewaker, leider) en zet hen aan het werk
De leerlingen kiezen een instrument en gaan spelen. Ze bedenken dat er in ieder geval een begin aan het stuk moet komen. Dan improviseren ze met elkaar woeste en later rustige zeemuziek. Eén van hen is (als leider) vooral dirigent. De anderen spelen graag met hem mee.
De leerkracht komt weer even kijken, observeert een tijdje en geeft feedback. Het valt haar op dat ‘de dirigent’ alles verbaal doet, en vraagt: ‘Oké…….! En nou hoor ik jou steeds praten, Jay, maar zou je het ook kunnen doen met een gebaar?’ En kunnen de andere leerlingen daar dan ook op reageren? Dit heeft effect en de leerkracht keert weer terug naar de klas. Het groepje pakt het klankspel meteen weer op: ze wisselen regelmatig van instrument en experimenteren met diens klankkleur en speelwijze. Ze reageren op zowel de dirigent als op elkaar en beleven duidelijk plezier aan het klankspel.


 

Uitvoeren en evalueren

​Uitvoeren en evalueren, uitvoering klankspel

Het groepje voert hun klankspel uit voor de klas. De luisteraars krijgen de volgende opdracht:

  • luister goed en let op wanneer de muziek verandert;
  • onthoud waaraan je dat kon horen, zodat je het straks kunt navertellen.

Tijdens het spelen dirigeert de leider vol overtuiging. De rest van de klas luistert aandachtig en geeft aan het einde een groot applaus. De leerkracht maakt de dirigent een compliment: hij is én musicus, én dirigent! ‘Da’s druk in je eentje!’