Tegel algemeen.png

Sector

  • Po

Watermuziek

10-2-2016

Lesvoorbeeld muziek, groep 5

Water! Je ziet het, voelt het, proeft het, je ruikt het en je hoort het. Wat betekent water voor de leerlingen en welke kenmerken heeft water? Elke vorm van water heeft zijn eigen geluid: druppelen, regenen, hagelen, stromen, bruisen. Maar bij water kan ook stilte horen.
De leerlingen van groep 5 hebben veel met water te maken: het is een betekenisvol onderwerp voor ze. Soms moeten ze door de regen naar school. Ze zwemmen in water of varen erop en iedere leerling drinkt water. De natuur heeft water nodig: zonder water zouden we niet kunnen bestaan. Maar de kinderen horen ook over de gevaren van water: overstromingen, verdrinkingen op zee, de vernietigende kracht van water. Met groep 5 gaan we de muzikale kanten van water onderzoeken.

Op basis hiervan krijgen de leerlingen de volgende opdracht:

Zoek de antwoorden op de volgende vragen: Met welke instrumenten kun je watergeluiden maken? Welke muziek hoort bij 'water'? Welke watergeluiden zijn er? Kun je daar muziek mee maken? Met welke instrumenten gaat dat goed? Bestaat er ook watermuziek?

Onderstaande fragmenten geven een beeld van de verschillende fasen van het creatieve proces.
Het totale lesvoorbeeld (incl. competenties, leerdoelen en beoordelingscriteria) vindt u hiernaast in de pdf.


 

​Oriënteren

Watermuziek, oriënteren
De leerlingen luisteren naar het geluid van een gedeelte van een YouTube filmpje waar muziek wordt gemaakt met diverse watergeluiden. Ze schrijven zoveel mogelijk woorden op, die in hun hoofd opkomen tijdens het luisteren. Na afloop inventariseert de leerkracht kort en bondig de meest genoteerde begrippen: wat heb je gehoord? De tweede vraag luidt: roept het ook vragen bij je op? Antwoorden worden niet gegeven en de leerlingen bekijken daarna via het digibord het filmpje, nu met beeld en geluid.

De leerkracht vraagt de leerlingen of het in het filmpje ging over geluiden of over muziek. Het is interessant om met de kinderen te kijken wat er precies gebeurt:

  • Verschillende klanken: Een regendruppel geeft een verschillende klank als hij op verschillende materialen valt;
  • Verschillende ritmen: regendruppels vallen in een bepaald tempo. Het gaat van langzaam naar snel, van weinig naar veel.

Zo ontstaat een compositie met de klanken van vallende waterdruppels.

De volgende onderzoeksvragen komen via een woordweb aan de orde:

  1. Met welke instrumenten kun je watergeluiden maken?
  2. Welke muziek hoort bij ‘water’?
  3. Ken je ook waterliedjes?
  4. Welke watergeluiden zijn er? Kun je daar muziek mee maken?
  5. Met welke instrumenten gaat dat goed? Bestaat er ook watermuziek?
  6. Waar denk je aan als het over ‘water’ gaat? Welke gevoelens horen er bij?


 

​Onderzoeken

Watermuziek, onderzoeken
In groepen onderzoeken kinderen de mogelijkheden om zelf watermuziek te maken met instrumenten en materialen. De opdracht is: ontwerp en speel een stukje ‘watermuziek’ waarin verschillen te horen zijn.

Vooraf bespreken de leerlingen:

  • a. welke watergeluiden ze kiezen (bijvoorbeeld vallende waterdruppels, gieter, regen, een varende boot, stromend water, vallend water in een wc, een douche, watersproeier, enz.);
  • b. hoe en met welke instrumenten (of stem) ze de watergeluiden kunnen nabootsen;
  • c. hoe ze de geluiden kunnen opschrijven.


De leerkracht stelt een aantal regels (ontwerpcriteria) aan de opdracht:

  1. het muziekverhaaltje duurt ongeveer 30 seconden;
  2. iedereen doet mee;
  3. er wordt alleen muziek gebruikt, geen woorden;
  4. er worden in elk geval drie verschillende watergeluiden gebruikt;
  5. er wordt een stiltemoment toegepast (om het spannend te maken).

De muziekverhalen zullen ook beoordeeld worden. De beoordelingscriteria zijn:

  1. Spelen de leerlingen wat er op je klanktekening staat?
  2. Doet iedereen mee?
  3. Zitten er verschillen in? (watergeluiden, stiltemomenten, tempo, ritme, contrast, variatie)
  4.  Is er spannende muziek gemaakt?


 

​Uitvoeren

Watermuziek, uitvoeren
Elke groep laat zijn muziekstukje zien en hun watergeluiden horen.

De andere kinderen luisteren met aandacht en geven, aan de hand van de beoordelingscriteria, feedback op elke presentatie. Bij muziek wordt elke presentatie onmiddellijk geëvalueerd: de herinnering is vaak te vluchtig om eerst alle presentaties af te werken en pas daarna te evalueren. De beoordelingscriteria staan op het digibord.


 

​Evalueren

Watermuziek, evalueren
a. De kinderen beoordelen elkaars presentaties aan de hand van de gegeven beoordelingscriteria, de leerkracht bewaakt het proces en vult aan waar nodig. Dit vindt plaats onmiddellijk na elke groepspresentatie in de uitvoeringsfase.

b. De kinderen beluisteren twee à drie stukjes muziek. Hierbij wordt de volgende vraag gesteld: heeft deze muziek iets te maken met water?

  • Herbie Hancock: Raindance. De kinderen zullen hier regengeluiden in herkennen.
    Video
  • Claude Debussy: Reflets dans l’eau. Een weerspiegelende impressie.
    Video
  • Maurice Ravel: Jeux d’eau: pianistische waterspatten.
    Video
  • Camille Saint-Saëns: Het aquarium (uit het ‘Carnaval der dieren’)
    Video

c. De kinderen zingen het lied ‘Water’ (Eigen-wijs).