Tegel algemeen.png
Sector
  • Po
Vakgebied
  • Kunstzinnige oriëntatie
Leerplankundig thema
  • Betekenisvol leren

Betekenisvol leren

21-5-2015

Met betekenisvol leren wordt bedoeld dat het onderwerp van een opdracht aansluit bij de belevingswereld en de ontwikkeling van het kind. Het vertrekpunt van de lessen voor kunstzinnige oriëntatie is de aansluiting tussen de kennis en ervaring van leerlingen met het onderwerp, de kunstzinnige vakdisciplines, het cultureel erfgoed en met aspecten van het creatieve proces. Aansluiten bij de belevingswereld betekent overigens niet dat er geen (abstracte) onderwerpen, vaardigheden of kennis kan worden aangeboden, die nieuw zijn voor de leerling. Het gaat er om dat er bij de keuze van een onderwerp of thema wordt aangesloten bij het ontwikkelingsniveau (de denk- en ervaringswereld) van leerlingen. Bij kunstzinnige oriëntatie is het leren daarbij betekenisvol als er een relatie is met de professionele en amateurkunst. Divergente opdrachten vormen daarbinnen het startpunt. Er wordt een geschikte, probleemgerichte vraag gesteld, waarmee leerlingen aan de slag gaan. Deze vraag moet leerlingen aanzetten tot betekenisvol leren. De opdracht is open en er is niet één goede oplossing. Voor een deel bepalen de kinderen dus zelf hoe ze hun opdracht uitvoeren en hoe hun product eruit komt te zien. Tegelijkertijd moeten kinderen voldoen aan de richtlijnen en leerdoelen binnen die opdracht.

De term 'betekenisvol leren' komt in verschillende visies op onderwijs aan de orde. In onderstaande tekst worden een aantal van die visies verkend en wordt beschreven welke rol betekenisvol leren hierin krijgt.

Betekenisvol leren staat in de onderwijsvisie Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OgO) centraal (Van Oers, 2003). Het gaat in OgO om betekenisvol leren in dubbele zin. Enerzijds gaat het altijd om het leren van een maatschappelijk betekenisvolle inhoud, anderzijds maakt de leerling daarbinnen ook keuzes die voor hem persoonlijk betekenis hebben en bijvoorbeeld passen bij zijn interesses of belangen van dat moment. Ontwikkelingsgericht Onderwijs werkt in hoofdzaak thematisch, waarbij de thema's gekozen worden door de leerling en de leerkracht samen. Een leerkracht kiest een thema omdat hij binnen het thema mogelijkheden ziet om maatschappelijk kennis en vaardigheden aan de orde te stellen. Leerlingen kiezen voor een thema, omdat ze er interesse in hebben en het gevoel hebben dat ze er iets mee kunnen (Van Oers, 2007).


Volman (2011) pleit in haar oratie 'Kennis van betekenis' dat leerlingen in het onderwijs kennis en vaardigheden ontwikkelen die hen in staat stellen hun plaats in de samenleving te leren vinden en daar een bijdrage aan te leveren. Kennis en vaardigheden moeten voor leerlingen niet alleen een middel zijn om hoge scores te verwerven. Het moet ook een middel zijn waarmee ze zich oriënteren in de wereld, de wereld kunnen begrijpen en er in (willen) handelen. Dat vereist kennis van verschillende betekenissen. Leerlingen moeten kennis verwerven die van betekenis is vanuit het perspectief van de samenleving. Het gaat hierbij om zaken die nodig zijn om mee te doen en om de samenleving verder te brengen. Kennis moet ook van betekenis zijn voor henzelf, omdat het nieuwe perspectieven en handelingsmogelijkheden biedt. Leerkrachten zouden weet moeten hebben van de leefwereld van leerlingen, zodat ze het onderwijsaanbod hierop aan kunnen sluiten en kunnen helpen betekenis te geven aan nieuwe kennis (Volman, 2011).

Binnen de authentieke kunsteducatie is ook aandacht voor betekenisvol leren (Haanstra, 2011). In de omschrijving van betekenisvol leren sluit Haanstra aan bij de omschrijving van authentiek leren van Roelofs en Houtveen (1999, p. 240) waarbij het gaat over: "Een proces van leren waarbij de lerende voor hem of haarzelf betekenisvolle inzichten verwerft, primair startend vanuit de intrinsieke motivatie en voortbouwend op bestaande inzichten. Authentiek leren vindt plaats in voor een lerende relevante, praktijkgerichte en levensechte contexten, waarbij hij/zij een actieve constructieve en reflectieve rol vervult, mede via de communicatie en interactie met anderen."

Ook binnen TULE (2009) wordt het begrip betekenisvol leren aan de orde gesteld. Hier wordt onder betekenis het volgende verstaan: "Betekenis: Een beeldende activiteit heeft altijd een betekenisvol onderwerp. De leraar onderzoekt of het onderwerp voldoende aanknopingspunten bevat, waarmee kinderen vanuit hun eigen beleving een invulling kunnen zoeken."

Bronnen

Haanstra, F. (2011). Authentieke kunsteducatie: een stand van zaken. In R. van Gerwen, L. Green, J. Gullikers, F. Haanstra & B. Wilson. J., Cultuur + Educatie 31: Authentieke Kunsteducatie (pp. 8 – 35). Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.

Oers, B, van. (2007). Voorbij het nieuwe leren. Pedagogiek 27(2), 111-119.

Oers, B., van. (2003). Signatuur van Ontwikkelingsgericht onderwijs. Zone 2(3), 11-15.
Geraadpleegd op 30 januari 2014, van http://www.ogo-academie.nl/

Roelofs, E.C. & Houtveen, A.A.M. (1999). Didactiek van authentiek leren in de Basisvorming. Stand van zaken bij docenten Nederlands en wiskunde. Pedagogische Studiën, 76(4), 237-257.

SLO. (2009). TULE. Enschede: SLO.
Geraadpleegd op 29 oktober 2013, van http://tule.slo.nl/KunstzinnigeOrientatie/F-L54a.html

Volman, M. (2011). Kennis van betekenis. Betrokkenheid als kwaliteit van leerprocessen en leerresultaten (oratie). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.

Contactpersoon