Tegel algemeen.png

Sector

  • Po

Vakgebied

  • Kunstzinnige oriëntatie

Vakinhoud

  • Reflecteren en evalueren

Reflecteren

26-5-2015

Reflectie is het herinterpreteren van een waarneming, gebeurtenis, ervaring en kennis. Door het reflecteren wordt de waarneming geëvalueerd, geanalyseerd en in een nieuwe betekenisvolle context geplaatst. Reflectie is een vorm van nadenken: je overdenkt je keuzes en redenen en de structuur waarbinnen iets plaatsvindt of plaatsgevonden heeft. Reflecteren gebeurt tijdens het gehele creatieve proces: bij het oriënteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren. Bij het leerplankader kunstzinnige oriëntatie heeft reflecteren de volgende betekenis: leerlingen reflecteren op hun proces, hun product of door het beschouwen van kunstwerken en (cultureel) erfgoed.

Binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie stuurt reflectie de vier fases van het cyclisch creatieve proces aan: oriënteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren en daarmee ook de drie vaardigheden productie, reproductie en receptie. Bij reflectie ben je je heel bewust van je handelen: hoe pak je het aan? Heb je alle mogelijkheden bekeken? Wat betekent het voor jou (en voor eventuele anderen)? Wat zijn je verwachtingen? Leerlingen leren keuzes te maken en deze te onderbouwen.

Volgens Van Heusden (2010) is cultureel bewustzijn het vermogen om te reflecteren op cultuur (door betekenis te geven aan cultuur). Mensen reflecteren met behulp van de vier culturele basisvaardigheden: waarnemen, verbeelden, conceptualiseren en analyseren. De basisvaardigheden worden productief of receptief ingezet. De reflectie op een onderwerp met behulp van de basisvaardigheden krijgt vorm in een medium: het lichaam, voorwerpen, taal en grafische tekens.
Konings en Van Heusden (2013) geven aan dat bij goed cultuuronderwijs gereflecteerd wordt via de basisvaardigheden en via media. "In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat aan het eind van de basisschool leerlingen als gevolg van goed cultuuronderwijs inzicht zou moeten hebben gekregen in de eigen en in andermans cultuur, en in staat zouden moeten zijn om op verschillende manieren, en in verschillende media, productief en receptief op cultuur te reflecteren. Wanneer men dit vertaalt naar kunstzinnige oriëntatie, dan leert het kind dat je met kunst betekenis kunt geven aan eigen en andermans cultuur, en hoe je dit doet door kunst te maken (productief) en mee te maken (receptief)." Binnen het leerplankader kunstzinnige oriëntatie gaat reflecteren over leerlingen die reflecteren op hun proces, hun product of door het beschouwen van kunstwerken.
Binnen de context van het theoretisch kader van Cultuur in de Spiegel (Van Heusden, 2010) wordt kunst opgevat als een vorm van reflectie op de werkelijkheid. In die zin reflecteren leerlingen ook wanneer ze hun waarneming en verbeelding, met behulp van een medium, vormgeven. Binnen het leerplankader kunstzinnige oriëntatie beschouwen we dit als een vaststaand uitgangspunt: er wordt niet expliciet aandacht aan geschonken.

In de uitgave van SLO 'In gesprek met het beeld en met elkaar' (Roozen, 2009) ontleedt de auteur kerndoel 55 op reflecteren. Reflectie op het eigen werk gaat over het proces dat plaatsvindt tijdens een culturele of creatieve activiteit. "Door naar kunstwerken te kijken en er samen over te praten, probeer je woorden te geven aan wat je ziet en ervaart (reflectie). Je zoekt naar betekenis. Praten over kunstwerken helpt om grip te krijgen op dat proces van betekenis geven en door met elkaar over ervaringen en interpretaties te communiceren, worden die betekenissen steeds rijker. Je ontdekt bijvoorbeeld dat anderen niet altijd hetzelfde zien als jij en er soms ook anders over denken."

Tijdens de reflectie worden je vaste denkpatronen doorbroken. Vaste aannames en vooronderstellingen worden onderzocht en benoemd. Je krijgt door waarom je vasthoudt aan je kader en kan daardoor andere keuzes maken. Bij reflectie in de oriënterende fase kan bijvoorbeeld onderzocht worden wat de verwachtingen zijn van de leerling en of die verwachtingen reëel zijn. Door reflectie worden leerlingen zich bewust van hun eigen (leer-)processen. Het gaat hierbij om een onderzoekende houding. Bij reflectie kunnen in de verschillende fasen van het creatieve proces vragen gesteld worden: vragen voor in de oriëntatiefase (voorbereiding, keuzes en beschouwen), de onderzoekende fase, de fase van uitvoering (monitoring en voortgang) en de evaluatiefase (product, proces en beschouwen).

Bronnen

Benammar, K., Schaik, M., van, Sparreboom, I. Vrolijk, S & Wortman, O. (2011). Reflectietools. Den Haag: Boom Lemma uitgevers.

Heusden, B. P. van. (2010). Cultuur in de Spiegel: naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen en SLO.

Konings, F. E. M.,  Heusden, B.P., van. (2013). Culturele instellingen en een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. Richtlijnen. Utrecht: Fonds cultuurparticipatie.

Roozen, I. (2009). In gesprek met het beeld en met elkaar. Beschouwen en reflecteren met kinderen. Enschede: SLO.

 

Contactpersoon