Tegel algemeen.png

Sector

  • Po

Vakgebied

  • Beeldende vormgeving

Suggesties voor vakinhouden beeldend

26-5-2015

Groep 1-4

Groep 5-8

Betekenisvolle thema's en onderwerpen rond:

Betekenisvolle thema's en onderwerpen rond:

  • mensen en dieren
  • figuren uit verhalen
  • thuis
  • de natuur
  • gebouwen
  • kleding
  • speelgoed
  • voertuigen
  • onderwerpen uit wereldoriëntatie
  • beeldende kunst
  • cultureel erfgoed
  • hedendaagse beeldcultuur
  • interieurs
  • mode
  • vormgegeven omgeving
  • voorwerpen of voertuigen waarin beeldende vormgeving en techniek samenkomen
  • decors, kostuums, affiches
  • de inrichting van een tentoonstelling
  • design en industriële vormgeving
  • de stijl van een kunstenaar

Beeldaspecten

Beeldaspecten (als in groep 1-4, plus:)

Ruimte

  • ruimtelijk bouwen (voor, achter, in, op, tussen, etc)
  • omsloten ruimte (potjes, tenten, huizen, kastelen)

    ruimtesuggestie op het platte vlak:
  • plaatsen van figuren op het vlak.
  • grondlijn

Kleur

  • kleurennamen
  • soorten kleuren (bonte, lichte, donkere)
  • kleurenmengen
  • kleurnuances en kleurcontrasten
  • gevoelswaarde van kleuren (vrolijke, sombere, koele, warme)

Vorm

  • vormsoorten (rond, vierkant, driehoek, bol, enz.)
  • vormkenmerken(spits, hoekig, lang, dun, groot, klein, enz.) verhouding weergeven
  • lijnen als contour
  • vormsoorten (kubus, cilinder, piramide, kegel)
  • lichaamsvormen van mensen en dieren ruimtelijk weergeven
  • lijnen als versiering

Textuur

  • verschillen in textuur (ruw, glad, zacht)
  • texturen als afdruk (stempelen, rubben, inkrassen)

Compositie

  • groeperen op vorm, kleur, textuur
  • ritme, herhaling van vormen

Ruimte

  • ruimte doorstekende vormen (constructies)
  • ruimte inrichten (rekening houden met maat)
  • relatie interieur-exterieur

    ruimtesuggestie op het platte vlak:
  • overlapping van objecten en figuren
  • de plaats van objecten in het grondvlak
  • grootteverschil van figuren en objecten (vooraan groot, achteraan klein)
  • standpunt en horizon
  • vervagen van kleur, contour en textuur

Kleur

  • relatie tussen kleur en licht
  • signaal- en camouflagekleuren
  • kleurenfamilies
  • betekenis van kleuren (symboliek, signaal)
  • systematiek (kleurencirkel)
  • kleur en sfeer

Vorm

  • vormsoorten (open, gesloten, vorm, restvorm, enz.)
  • lichaamsvormen van mensen en dieren in verhouding weergeven
  • lijnen om iets uit te drukken (geluid, beweging, explosie)
  • vormsoorten (geometrische en organische vormen)
  • karakteristieke houding van mensen en dieren
  • lijnen om diepte aan te geven

Textuur

  • texturen tekenen op het platte vlak
  • in plastische materialen textuur aanbrengen
  • met textuur diepte aangeven op het platte vlak

Compositie

  • motieven voor decoratie patronen (spiegelen, herhalen, roteren)
  • opbouw, ordening, evenwicht en betekenis

Materialen en technieken

Materialen en technieken (als in groep 1-4, plus:)

Tekenen

  • tekenen met kleurpotlood, viltstift, waskrijt, bordkrijt
  • tekenprogramma's op de computer gebruiken
  • tekenen met pen en Oost Indische inkt

Schilderen

  • schilderen met vingerverf, plakkaatverf, ecoline
  • gebruik maken van het effect van  (on)verdunde verf
  • beschilderen en versieren van werkstukken

Drukken

  • stempelen met aardappels, kurken
  • werken met sjablonen
  • eenvoudige druktechnieken, textiel- en kartondruk

Collages maken

  • knippen, scheuren, plakken met verschillende soorten papier
  • collages van foto's, verschillende soorten papier
  • collages van verschillende soorten papier waaronder ook bedrukt papier

Werken met textiel

  • repen knippen van textiel
  • rijgen met naald en draad (rietjes en kralen)
  • vormen knippen van textiel
  • weven, vlechten, omwikkelen en knopen met draden en stroken van textiel

Ruimtelijk construeren

  • werken met kosteloos materiaal
  • bouwen met blokken
  • werken met constructiemateriaal
  • constructie en verbindingstechnieken met papier en kosteloos materiaal (lijmen met plakranden, inknippen, inschuiven,splitpennen en tape gebruiken)

Werken met plastisch materiaal

  • boetseren met plastische materialen, plasticine, natuurklei en brooddeeg
  • spelen met zand en water
  • boetseren uit een stuk (lichaamsvormen van mens en dier, voorwerpen als potjes en vaasjes)

Werken met digitale media

  • digitale foto's maken
  • op de computer werken met eenvoudige tekenprogramma's

Tekenen

  • tekenen met kleurpotlood, pen en inkt
  • tekenen met conté en houtskool
  • tekenen met potlood en grafietstift van verschillende hardheid

Schilderen

  • schilderen met plakkaatverf, aquarelverf, ecoline
  • gebruik van het effect van (on)verdunde verf
  • gebruik maken van het effect van de kwast en penseelstreek

Drukken

  • stempelen, linosnede drukken met blockprint
  • monoprint en sjabloondruk
  • meerkleurendruk, lino-en zeefdruk op papier en op stof

Collages maken

  • collages van foto's, verschillende soorten papier, waaronder ook bedrukt papier
  • in collages gebruik maken van verschillende materialen

Werken met textiel

  • Lapjes rijgen op een ondergrond
  • (toneel)kleding maken en andere toegepaste vormgeving
  • appliceren, borduren en haken

Ruimtelijk construeren

  • snijden en ritsen van papier en karton
  • houtbewerking(spijkeren, zagen en schuren)
  • bouwen van maquettes verbinden van hout, metaal en kunststof (lijmen, schroeven, solderen)
  • constructies als scharnieren, schuiven en draaien

Werken met plastisch materiaal

  • textuur aanbrengen in klei
  • werken met platen en ringen van klei
  • werken met papier-maché
  • met klei de karakteristieke houding van mensen en dieren aangeven door buiging van romp en ledematen

Werken met digitale media

  • een gebeurtenis vastleggen op foto of video
  • een multimediapresentatie maken

 

Bron

SLO. (2009). TULE. Enschede: SLO.
Geraadpleegd op 11 februari 2014, van
http://tule.slo.nl/KunstzinnigeOrientatie/F-L54a.html


 

Contactpersoon