Tegel algemeen.png
Sector
  • Po
Vakgebied
  • Kunstzinnige oriëntatie

Aandachtspunten

19-5-2015

Bij de uitgangspunten zijn, naast de karakteristiek en de kerndoelen van het leergebied kunstzinnige oriëntatie, acht aandachtspunten toegevoegd. Hiervoor is gekozen omdat er behoefte bleek aan  concretisering van het leergebied kunstzinnige oriëntatie (Onderwijsraad & Raad voor Cultuur, 2012).

Deze aandachtspunten zijn nadere uitwerkingen van de  karakteristiek en de kerndoelen van het leergebied. Ze zijn geformuleerd aan de hand van recente (wetenschappelijke) ontwikkelingen in het vakgebied en gevalideerd met leerkrachten en experts. Het betreft de volgende uitgangspunten:

1. Binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie kennen alle kunstzinnige vakdisciplines en cultureel erfgoed aspecten van de volgende vaardigheden: produceren en/of reproduceren, receptie en reflectie:

Binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie verwerven leerlingen een aantal leergebiedspecifieke vaardigheden. De vaardigheden produceren, reproduceren, receptie en reflectie verwerven ze binnen het creatieve proces. De verhouding tussen deze vaardigheden is per kunstzinnige vakdiscipline verschillend. In algemene zin wordt het volgende onder de vaardigheden verstaan:

  • produceren gaat over creëren en vormgeven, zoals het maken van werkstukken of een lied.
  • reproduceren gaat over het (opnieuw) uitvoeren van een bestaand werk, zoals het zingen van een lied of het spelen van een (bestaande) musical.
  • receptie gaat over het beleven van kunst en cultuur. Leerlingen kijken en luisteren naar theater, muziek of naar kunstwerken.
  • reflecteren is er op gericht dat leerlingen waarnemen, ideeën genereren, keuzes maken en (zichzelf) vragen stellen bij het maken (produceren), het uitvoeren (reproduceren) en het kijken en luisteren (receptie).

2. De kunstzinnige vakdisciplines en cultureel erfgoed kennen alle aspecten van het (cyclische) creatieve proces. De vaardigheid reflecteren heeft een relatie met elke fase in dit proces:

Binnen kunstzinnige oriëntatie doorlopen kinderen een (cyclisch) creatief proces. Binnen dit proces doorlopen de leerlingen een aantal fasen: oriënteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren.  Deze fasen zijn niet scherp gescheiden, maar lopen in elkaar over en soms door elkaar heen. De vaardigheid reflecteren is onderdeel van iedere fase en zorgt ervoor dat de leerlingen gestimuleerd worden om na te denken over hun keuzes, de zeggingskracht van hun werk of de gebruikte materialen en technieken. De verschillende kunstzinnige vakdisciplines en cultureel erfgoed geven ieder op verschillende wijze vorm aan dit creatieve proces.

 

3. De belevingswereld van de leerling staat centraal bij de ontwikkeling van kennis en vaardigheden:

Het domein kunstzinnige oriëntatie sluit aan bij de belevingswereld van kinderen. De eigen inbreng (kennis en ervaring) van leerlingen is daarbij belangrijk. Het vertrekpunt, van waaruit kunstzinnige activiteiten worden vormgegeven, is de aansluiting tussen de kennis en ervaring van leerlingen met het onderwerp, de kunstzinnige vakdisciplines, cultureel erfgoed en met aspecten van het creatieve proces. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat er geen abstracte onderwerpen besproken kunnen worden. Het gaat er om dat er bij de keuze van een onderwerp of thema wordt aangesloten bij het ontwikkelingsniveau (de denk- en ervaringswereld) van leerlingen. Daarbij kan het ook gaan over kunstzinnige activiteiten die kinderen buiten school beoefenen. Kinderen leren dat ze iets zien, horen, maken en uitvoeren dat niet alleen over anderen, maar ook over hen zelf gaat.

Haanstra noemt in dit kader het authentiek onderwijs. Binnen authentiek onderwijs "moet het onderwijs inhoudelijk georiënteerd zijn op de leefwereld van de leerlingen en hun voorkennis, het moet ruimte laten voor persoonlijke stellingname en aandacht schenken aan eigen interesses en behoeften" (Haanstra, 2001, p. 11). De aansluiting bij de leefwereld is bedoeld om betrokkenheid en motivatie te bevorderen en om voorkennis, waarop voortgebouwd kan worden, bij leerlingen te activeren. Authentieke kunsteducatie is meer dan enkel een didactisch middel. Het gaat er bij authentieke kunsteducatie ook om dat de inhoudelijke thema's en de stijlen en uitingsvormen, die leerlingen zelf van belang achten en buiten de school beoefenen, een plaats krijgen (Haanstra,  2011).

4. De inhouden van de kunstzinnige vakdisciplines en van cultureel erfgoed worden, waar mogelijk, in samenhang met elkaar en met andere leergebieden aangeboden.

Er is sprake van samenhang omdat alle kunstzinnige vakdisciplines (beeldend, dans, drama en muziek) aspecten van het creatieve proces kennen. Daarbij staat in alle kunstzinnige vakdisciplines het verbeelden centraal. Elk vak binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie geeft op eigen wijze vorm aan dit proces van betekenisgeving. Er zijn relaties te leggen tussen de vakken, bijvoorbeeld wanneer gewerkt wordt aan een multidisciplinaire opdracht. Eenzelfde relatie kan gelegd worden tussen de kunstzinnige vakdisciplines en cultureel erfgoed. Ook kunnen opdrachten vanuit een gezamenlijk thema starten. "In concreet onderwijs zijn doorgaans doelen uit verschillende hoofdstukken (leergebieden, red.) tegelijk van belang. Taal bijvoorbeeld komt voor bij alle vakken. Aandacht voor cultuur is niet beperkt tot het kunstzinnig domein. Omgaan met informatietechnologie geldt voor alle gebieden." (Rijksoverheid: Kerndoelenboekje, p. 9)

Vanuit het leergebied kunstzinnige oriëntatie zijn er relaties te leggen met inhouden en vaardigheden uit andere leergebieden, zoals het leergebied oriëntatie op jezelf en de wereld, taal en rekenen. Het leergebied kunstzinnige oriëntatie levert een bijdrage aan de leergebiedoverstijgende doelen / 21e eeuwse vaardigheden. Daarnaast is het leergebied kunstzinnige oriëntatie onderdeel van het brede gebied van cultuuronderwijs, zoals dat beschreven is in het onderzoeksproject Cultuur in de Spiegel (Van Heusden, 2010).

5. Er is sprake van betekenisvol leren en divergente opdrachten.

Betekenisvol leren heeft binnen het leerplankader voor  kunstzinnige oriëntatie een dubbele betekenis. Enerzijds gaat het over betekenisvolle opdrachten of thema's die aansluiten bij de professionele en amateurkunst. Anderzijds is er sprake van betekenisvol leren wanneer de opdracht of het thema aansluit bij de ontwikkeling en de belevingswereld van leerlingen. Daarbij vormen divergente opdrachten het startpunt voor betekenisvol leren binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie. De opdracht is open en er is niet één goede oplossing. Voor een deel bepalen leerlingen dus zelf hoe ze hun opdracht uitvoeren en hoe hun product eruit komt te zien. Tegelijkertijd moeten leerlingen voldoen aan de richtlijnen en leerdoelen voor die opdracht.

6. Het leren vindt zowel binnen- als buitenschools plaats:

Naast activiteiten die binnen de muren van school plaatsvinden, zullen leerlingen activiteiten ondernemen buiten de school. Daarbij kan gedacht worden aan het bezoeken van een theatervoorstelling, een concert, een monument of het bezoek aan een atelier van een kunstenaar. Het doel hierbij is dat kinderen ook buiten de school ervaringen opdoen met kunst en cultuur en dat tegelijkertijd de professionele en amateurkunst een plek krijgen binnen het programma voor kunstzinnige oriëntatie op scholen. Deze ervaringen kunnen tevens het vertrekpunt zijn waaruit de leerlingen eigen kunstzinnige activiteiten gaat ondernemen.

7. Het leren vindt plaats in onderlinge communicatie en in samenwerking tussen leerlingen.

Binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie gaan veel activiteiten over het uitvoeren van groepstaken. Daarbij gaat het om onderling overleg, discussie, het bepalen van standpunten, presenteren, over elkaar feedback geven en feedback ontvangen en over waarderen en beoordelen. In het leergebied kunstzinnige oriëntatie wordt een beroep gedaan op al deze (sociale) vaardigheden. Bij beeldend onderwijs lijkt er vaak sprake te zijn van een individueel proces, maar overleg tussen leerlingen onderling en tussen de leerling en de leerkracht, stimuleert de reflectie op het beeldende proces en product. Muziek, drama en dans, doen bijna altijd een beroep op deze sociale vaardigheden: je zingt, danst en speelt immers meestal samen.

8. Er is sprake van een procesgerichte didactiek.

Binnen de leerlijnen kunstzinnige oriëntatie neemt het (cyclische) creatieve proces een centrale rol in. Naast het kiezen van een betekenisvolle opdracht is ook de procesgerichte didactiek van invloed op de kwaliteit van het creatieve proces. Wanneer leerlingen de mogelijkheid krijgen om het creatieve proces goed te doorlopen, is er ruimte voor de eigen keuzes van leerlingen. In zekere mate bepalen leerlingen zelf hoe ze hun opdracht uitvoeren (proces) en hoe het product eruit komt te zien. Tegelijkertijd moeten leerlingen aan de leerdoelen van de opdracht voldoen. De leerkracht stelt vragen en laat verschillende mogelijkheden zien.

In een creatief proces bewegen de leerlingen tussen twee referentiekaders, die ze in hun werk moeten zien te verenigen (Onna & Jacobse, 2013). Enerzijds moeten de leerlingen zelf bepalen hoe het werk eruit komt te zien: het interne referentiekader. Anderzijds opereren ze naar de richtlijnen die door de leerdoelen van de opdracht zijn bepaald: het externe referentiekader. Het externe referentiekader bevat vakinhoudelijke criteria. Het interne referentiekader bevat kindeigen criteria, bepaald door de persoonlijkheid, het ontwikkelingsniveau en de attitude van de leerling. De leerkracht richt zich in de begeleiding van het creatieve proces op de interacties tussen deze twee kaders. Voor de leerkracht is het van belang om de juiste balans te vinden tussen externe sturing en de ruimte voor eigen initiatieven van leerlingen.

Contactpersoon