Tegel algemeen.png
Sector
  • Po
Vakgebied
  • Kunstzinnige oriëntatie
Leerplankundig thema
  • Kerndoelen

Kerndoelen

19-5-2015

De kerndoelen voor het leergebied kunstzinnige oriëntatie zijn geformuleerd als globale streefdoelen voor de inrichting van het aanbod, zonder aanduiding van te realiseren beheersingsniveaus. Binnen de leerlijnen voor kunstzinnige oriëntatie zijn deze kerndoelen onderling aan elkaar gerelateerd en nauw met elkaar verbonden.

De kerndoelen schetsen de contouren van het aanbod en scholen kunnen daarbinnen eigen accenten leggen, passend bij lokale wensen en behoeften. Er is hier in principe veel ruimte voor eigen invullingen. De drie kerndoelen voor het leergebied kunstzinnige oriëntatie zijn:  

  • Kerndoel 54: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren:

Dit kerndoel  is van toepassing op de onderdelen beeldend, muziek, drama (taal en spel) en dans (beweging). Dit noemen we de kunstzinnige vakdisciplines.
Wanneer leerlingen geïnspireerd aan de slag gaan met betekenisvolle thema's en werken volgens een creatief proces worden ze aangezet tot een eigen vormgeving. Om te kunnen vormgeven hebben leerlingen kennis, vaardigheden en attitudes nodig. Aan de hand van het creatieve proces en met behulp van de inhouden (kennis), vaardigheden en attitudes van de kunstzinnige vakdisciplines leren leerlingen bij kunstzinnige oriëntatie betekenis te geven aan (eigen) kunstzinnige en culturele uitingen.

Bij beeldend onderwijs leren leerlingen hun gevoelens, ideeën en ervaringen in beeldend werk uit te drukken. Bij beeldende werkstukken worden betekenis, beeldaspecten en materiaal op elkaar afgestemd. Leerlingen leren beeldende mogelijkheden van diverse materialen en technieken te onderzoeken en te variëren met beeldaspecten om hun ideeën vorm te geven.

Bij het vak drama gaat het over taal, spel en bij dans over beweging. In het spel verbeelden  leerlingen gevoelens, ideeën, gebeurtenissen, ervaringen en personages. Het gaat er om dat ze de expressiemogelijkheden van het lichaam (stem, taal, houding, beweging en mimiek), leren toepassen. Door middel van taal, spel en beweging leren de leerlingen met anderen te communiceren.

Bij muziek ontwikkelen de leerlingen zich muzikaal. Dat kan door leerlingen zelf muziek te laten maken (zingen of spelen) en door ze naar muziek te laten luisteren. Het gaat er om dat leerlingen zich bewust worden van gevoelens en ideeën die muziek bij hen oproept en dat ze manieren krijgen aangereikt om door en over muziek te communiceren. Leerlingen werken samen en leren op elkaar in te spelen. Drama, dans en muziek komen vaak in combinatie voor.

Kerndoel 54 is onlosmakelijk verbonden met kerndoel 55. Kerndoel 55 gaat over reflecteren. Reflecteren is nauw verbonden met het vormgevingsproces, zoals geschetst in kerndoel 54.

  • Kerndoel 55: De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren:

Reflecteren is belangrijk binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie. Er wordt in een apart kerndoel aandacht aan besteed. Tussen kerndoel 54, 55 en 56 is er sprake van samenhang, omdat zowel in kerndoel 54, als in kerndoel 56, gereflecteerd wordt.
Bij reflecteren wordt er zowel op het product, als op het proces van werken gereflecteerd. Er kan gereflecteerd worden op (het (eigen) maakproces van) een lied, een beeldend werkstuk, een toneelstuk of op het werk van professionele kunstenaars. Ook het reflecteren op aspecten van cultureel erfgoed behoort hiertoe. De samenhang tussen de betekenis, de functie en de plaats in een cultuur zijn daarbij onderwerpen die belicht worden.

  • Kerndoel 56: De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed:

Bij dit kerndoel gaat het over kennis van cultureel erfgoed. Onder cultureel erfgoed worden zaken uit het verleden bedoeld die we de moeite waard vinden om te bewaren. Het gaat daarbij over objecten uit het verleden, rituelen, gebruiken, verhalen van mensen uit het verleden en over kunst. Het gaat er om dat leerlingen worden uitgedaagd kunst en erfgoed te beleven, te bevragen, er over te communiceren en te filosoferen. Ook gaat het om de waardering ervan.

Contactpersoon